De tweede wijnen van Bordeaux

Uniek aan Bordeaux is het bestaan van tweede wijnen. Deze tweede wijnen worden door hetzelfde team gemaakt als de Grands Vins. De wijnen zijn volgens dezelfde kwaliteitsvisie gemaakt, maar meestal van jongere wijnstokken of andere percelen. Met hun lagere prijsniveau vormen het zeer interessante, koopwaardige wijnen die bovendien vaak sneller op dronk zijn. Historische tweede wijnen De allereerste tweede wijnen in Bordeaux worden al in de 17e eeuw gemaakt. Château Margaux en Château Haut-Brion verkopen naast hun Grand Vin een aparte wijn van een andere druivenselectie van andere percelen. Château Margaux voegt ‘2eme vin’ toe op het etiket om het onderscheid duidelijk te maken. In 1874 brengt Château Pichon Longueville Comtesse de Lalande als eerste château in Pauillac een tweede wijn op de markt: La Réserve de la Comtesse. Een ander voorbeeld is Château Léoville Las Cases dat in 1902 Clos du Marquis op de markt brengt. In 1906 hernoemt Château Margaux zijn naamloze ‘2eme vin’ tot Pavillon Rouge du Château Margaux. In hetzelfde jaar creëert Château Latour een tweede wijn onder de naam Les Forts de Latour.

Foto: twee beroemde tweede wijnen: Clos du Marquis (van Château Léoville Las Cases) en Réserve de la Comtesse (van Château Pichon Longueville Comtesse de Lalande).

Strengere druivenselectie: de opkomst van de tweede wijn

Hoewel er enkele voorbeelden uit de geschiedenis zijn van tweede wijnen, neemt het concept van de tweede wijn pas echt een serieuze vorm aan wanneer wijnhuizen halverwege de 20e eeuw hun druivenselectie sterk verbeteren om de kwaliteit van hun Grand Vin te verhogen. Enkel het beste fruit wordt gebruikt voor de Grand Vin. Dit gebeurt op advies van onder andere Professor Emile Peynaud (lees hier meer over het invloedrijke werk van Peynaud). Vanuit het resterende fruit ontstaan nieuwe tweede wijnen bij verschillende châteaux. Parallel aan een steeds strengere druivenselectie worden vanaf de jaren ’80 tweede wijnen zeer gangbaar. Overeenkomstig is het doel een zo goed mogelijke eerste wijn te maken, al zijn de selectieredenen verschillend. Sommige wijnhuizen hebben door nieuwe aankoop de keuze om betere en mindere percelen te scheiden. Jonge wijnstokken die nog niet volwassen genoeg zijn belanden regelmatig in de selectie van de tweede wijn.

De tweede wijn als visitekaartje voor de Grand Vin

Nadat in de jaren ’80 tweede wijnen gangbaar zijn geworden stijgt de populariteit van tweede wijnen snel, zeker wanneer wijncriticus Robert Parker in de jaren ’90 hoge scores geeft aan deze tweede wijnen die goed aansluiten bij de voorkeuren van Parker: ze zijn door hun vaak hogere aandeel Merlot stilistisch ronder, fruitiger en toegankelijker dan de strengere stijl van de eerste wijnen. Lees hier meer over de invloed van Robert Parker op de wijnen van Bordeaux. Een belangrijke mijlpaal in de moderne geschiedenis van de tweede wijn komt in 1993, wanneer Château Mouton-Rothschild de tweede wijn Petit Mouton lanceert, waarbij de tweede wijn actief in de markt wordt gezet als een opstappunt richting de eerste wijn. Het is een strategie die vandaag de dag door veel wijnhuizen wordt gebruikt: de tweede wijn vormt een aantrekkelijk geprijsd visitekaartje dat de deur opent naar de eerste wijn. Bijna alle in de 1855-classificatie van Médoc opgenomen wijnhuizen op de linkeroever hebben een tweede wijn. Op de rechteroever is dat veel minder gangbaar, onder andere door de kleinere omvang van veel wijnhuizen op de rechteroever. Toch worden er recent ook steeds meer tweede wijnen geïntroduceerd op de rechteroever. Sommige wijnhuizen hebben ook een derde wijn (en soms zelfs een vierde wijn).

Verschillende soorten tweede wijnen

De ene tweede wijn is de andere niet. Veel tweede wijnen worden gemaakt van druiven die niet geselecteerd zijn voor de eerste wijn. Bijvoorbeeld omdat het om jongere wijnstokken gaat, of omdat de druiven niet zo goed zijn als voor de Grand Vin gewenst is. Dit wil overigens niet zeggen dat de kwaliteit van de tweede wijn daarmee niet goed is. In tegendeel: de druivenselectie is tegenwoordig zo streng, dat gesteld kan worden dat de allerbeste druiven in de eerste wijn belanden en goede druiven in de tweede wijn. Ook de tweede wijn profiteert namelijk van de uiterst strenge selectie. En dan zijn er de tweede wijnen, die van een geheel andere wijngaard worden gemaakt of op een andere wijze zijn gemaakt. Een voorbeeld is Les Forts de Latour van Château Latour. Voor de Grand Vin komt het grootste deel van de druiven uit de beroemde wijngaard l’Enclos. Voor Les Forts de Latour worden druiven van buiten de l’Enclos gebruikt. Andere voorbeelden zijn Alter Ego de Palmer (van Château Palmer) of Clos du Marquis (van Château Léoville Las Cases). In de regel kun je zeggen dat de eerste categorie wijnen een toegankelijkere en eerder drinkbare versie zijn van de Grand Vin. De tweede categorie wijnen laat een andere expressie zien, bijvoorbeeld van een ander terroir of een andere wijnstijl.

Foto: Les Forts de Latour, de tweede wijn van Château Latour, wordt gemaakt met druiven uit andere percelen dan voor de Grand Vin.

Waarom tweede wijnen zo interessant zijn

Tweede wijnen vormen een koopwaardige categorie wijnen in Bordeaux. De wijnen zijn interessant om verschillende redenen:

  • Vroege drinkbaarheid: terwijl veel Grand Vin eerst in de kelder weggelegd moeten worden, zijn tweede wijnen vaak sneller op dronk.
  • Prijsstelling: er zijn veel betaalbare tweede wijnen te vinden.
  • Kwaliteit: de selectie bij veel wijnhuizen is dermate streng, dat ook de tweede wijn van hoge kwaliteit is.
  • Naamsbekendheid: de tweede wijn biedt de kans om wijn van een beroemd wijnhuis te drinken. Zeker in goede jaargangen is het interessant om naar tweede wijnen te kijken.